Dan. Heinsii Lof-Sanck Van Iesus Christus, den eenigen end eeuwigen Son Godes. Met noodelicke Vytleggingen aenvvÿsende den gront van het out Christelick geloof, in den selven vervat (1616)
Heinsius, Daniel, 1580-1655 · Amsterdam, W. Blaev · leaf 122
cken aen de mondt.Dit foenen heeft hem omgebracht.Daerom gebruycket vry u macht.Dees tanden ruckt uyt mijne mondt > C HE P O EM A T A. En morlèlt die tot aen de grondt.Wat doen daer toch de tanden inDie onbequaem fijn tot de min?En is dat niet genoech voor dy,Mijn lippen lecht die oock daer… … Ct^idoHonkhdiéfiUpTheocrim, DE fbon van Venus fbete man,Die nimmermeer ftil welen kan,Was opgeftaen recht voor den dach,Als yeder noch in rufte lach,En ginck al heymeiick belpienD e nonich -korven van de bien,Hy meynde t honich was (b goet,Het was lbo wonderlicken foet.Maer eer hy haelde zijn…
Internet Archive · Duke University Libraries · Public Domain Mark 1.0. Free to use for anything.