387 EEN KALVERLIEFDE. hoofd en mompelde: „Geen lafheid!” — De brieven, de kaartjes, de por- tretten en vlokjes haar, alles legde hij nu netjes op elkaar en maakte er weer een pakje van en bond er een touw om en met vijf groote lakken ver- zegelde hij het pakje. En toen legde hij het weer in… … .. bleef hij nog even aan het open venster staan , . . hem aan en hij pre- velde, rillend van aandoening: „ Hoe heerlijk is het een mensch te zijn!'
Art · Dutch literature
Internet Archive · Getty Research Institute · Public domain (published before 1931). Free to use for anything.