287 TWEE HUWELIJKEN. De gastvrouw was zoo beleefd om man en vrouw alleen te laten. De baron vroeg haar, hoe zij, Adèle, er toe gekomen was, eensklaps te Parijs te verschijnen. „Caprice, mon ami, caprice!” riep zij lachend uit. „Ik heb het huis gesloten , en de zorg er voor aan de huishoudster… … „Ik begrijp je,” viel verloren., zij hem in de rede. „Ik heb hem zijn congé gegeven.” Zij kleurde onwillekeurig bij het uiten van die leugen. De baron zag het. „Je vergist je,” zeide hij met een hatelijken glimlach. „Hij gaf jou congé!” „Leo !”
Art · Dutch literature
Internet Archive · Getty Research Institute · Public domain (published before 1931). Free to use for anything.