pastoor,” verklaarde zij, „wie mij lief heeft, heb ik lief ; wie mij den penning jont (gunt), jon ik den penning; het klooster bestaat hier nu al vijftien jaren en wij hebben nog niet dat” en zij scheen iets uit haar tand te trekken „niet dat van de nonnen gehad. — God dank, dat we ’t niet noodig… … «Uw naam, uw ouderdom?» vroeg hij. hare hebzucht, verstond het niet aldus: „Zoolang dit op dat staat,” zei ze, haar hoofd en hare schouders aanwijzend,” zullen ze van mijn geld niets zien, geen rooden duit, en onze lieve Heer mag mij halen, indien het anders is,” viel zij uit, zich zelve opwindend.…
Art · Dutch literature
Internet Archive · Getty Research Institute · Public domain (published before 1931). Free to use for anything.