elsevier’s geïllustreerd maandschrift. 48 Ik trok met ’t traptouw de deur open en — groote goedheid , daar stapte me die vervloekte Adonis de gang in en riep met een fijn lachje: „Kom ik ongelegen , zal ik boven komen.” … Ga binnen in ons heiligdom. Toen ik weer binnen kwam zag ik juist tegen zijn rug; eene mooie gelegenheid om tegen Suusje te knipoogen en haar een duidelijken wenk te geven , die zooveel beteekenen moest als : — niet te lief, hoor. —
Art · Dutch literature
Internet Archive · Getty Research Institute · Public domain (published before 1931). Free to use for anything.