’t warm had, want ze waren de groote ovens genaderd waar de versche zondaars in zaten, zoo drentelde zag hij dikwijls mooie geldstukken op den grond liggen, hij begeerde die wel op te rapen, maar Jt durfde niet omdat hij op bezoek was, toch bukte hij even, maar bemerkte ras dat ze gloeiend waren en… … om de lieden die pas aangekomen waren, uit te braaien; dat deden ze voor de zonden, zei de diender. Zoodra iemand het pad der ondeugd afkwam wandelen, openden duivels, die te loer zaten, schielijk een luikje dat in het
Art · Dutch literature
Internet Archive · Getty Research Institute · Public domain (published before 1931). Free to use for anything.