Goddelyke liefde-vlammen, van een boetvaardige, geheyligde, liefhebbende, en aan haar selfs-stervende ziele : in drie deelen verdeelt, af-gebeeld door vijftig nette koopere figuuren : neffens haar verzen, aanmerkingen, gezangen, en ziel-zuchtingen (1711)
P. J. L. B. C · Amsterdam : By de Wed: van Gysbert de Groot · leaf 116
el aari, en k feg, k fal mijn be-minden In deen of dandrehoek,vant foekendJierte vinden?Waar zyt gy y bm\)n vriend ! waar fal ik zoeken gaan?Dat ik u, btr\i]nliéf/ mag eens weer treffen aan. Spreuk. 8. vers 35*. *■ iV<wt> die my vind, vind bet teven, ende trekt een welgevallen van den Heere.… … lek L-Ue Jes naAisf>i*fa,b&Ut- Jonn. iz. vers 26, Soo yèma*nd miïn dient, dïc volge my; ende daar ikben, aldaar fal ook mijn dienaar zyn, en fooyemajntd. mijn diend, de Vader fal hem eeren. $S GO DD £ LYK E Aanmerking op de VUL Figuur. IN welluft, in vermaak noch weelden ,In pracht, noch…
Emblems · Emblem books, Dutch
Internet Archive · Duke University Libraries · Public Domain Mark 1.0. Free to use for anything.