Goddelyke liefde-vlammen, van een boetvaardige, geheyligde, liefhebbende, en aan haar selfs-stervende ziele : in drie deelen verdeelt, af-gebeeld door vijftig nette koopere figuuren : neffens haar verzen, aanmerkingen, gezangen, en ziel-zuchtingen (1711)
P. J. L. B. C · Amsterdam : By de Wed: van Gysbert de Groot · leaf 144
hy gefind die uwe d waasheyd vlied!Daarom mijn lieffte Godt! gy Zonne van mijn leeven!Wilt my uw jcracht 3 en fterkt geftadiglijken geven aOp dat de ydelheyd van al het aardfche goed ,Geen rufte in my heeft, noch huysveft in t gemoet, Job 7. vers 1. &c. Heeft niet de menfche eenenflrijd op der… … ÖJA ^rqp Pfalm S9T vers X9.— Wantonfenfchildis vandenHeere : endeonfen Koning van de Heyligenlfraêls* ïi$ GODDËLVKB Aanmerking op de Xr. Figuur. TjOe moet ik ftaag mijn felfs verbeelden;.** Dat ik niet ben als# Ydelheyd!Ja Niet; al had ik al de weelde Die d aard heeft voor de menfch bereyd ?Wat kan…
Emblems · Emblem books, Dutch
Internet Archive · Duke University Libraries · Public Domain Mark 1.0. Free to use for anything.