Stichtelycke rymen, om te lesen ofte singhen. Onderscheyden in III deelen. Op nieuws over-sien en grootelijckx vermeerdert, oock de noten van druck-fauten ghecorrigeert, en verrijckt met vele copere figuren (1647)
iiiilÉÉiiïill in-ner-lijckepijn, Salhetfondig hert dan beven! Alsdoogen felfsaenfchouwen, t Geen Hier t hertniet glooven wou ; Ach! wat bitterder benouwen, Laet laten rou ! Laes! die daer gaet vertrouwen, ï2 *tCeea Stichtelijcke Rijmen.VANtLAETSTE OORDEEL. 6? … Die fchrickelijcke dach, des Werelts uyterfte ende,Sa] ons die groote God, al tTamen eens toe fendc.t Vertoeven niet belet,elck Chriftenfulcx belijt,De komft, is wel gewis, maer ofigewis de tijt. I 2 0% Eerfte Deel, t Geen hv billck miftrouwen fou, Als Gods Oordeel word gehouwen, Voelt s Wei lts…
Internet Archive · Duke University Libraries · Public Domain Mark 1.0. Free to use for anything.