Stichtelycke rymen, om te lesen ofte singhen. Onderscheyden in III deelen. Op nieuws over-sien en grootelijckx vermeerdert, oock de noten van druck-fauten ghecorrigeert, en verrijckt met vele copere figuren (1647)
. Noch tijdlijck goet,noch eer,nochJtklcetje a la ModeDen ftandgeluckign maeckt,der Goddeloofe tn inoode»Maerby eengroene Beemte, en Boom, enfrifie BeeckeVoed God de vrome^en doet Üaer mildelijcke queecke. Stïchtelijcke Rijmen. Dat hy heelfondervieefetlSijn Draed ten enden fpan:In bitter… … . Gelijcker-wijs een Boom, Maer neven komt gcvloeyenEen friffche Water-beeck noyt op en houd van ^roeyen,Maer,al-tijd blader-rijck,opfijn bequame tijdDen gragen acker-man met rijpe vrucht verblijd:. Soofalde Vrome zijn, maer niet de God-verfmaders,Moet-willighlnckverblind, haer eyghenZiels…
Internet Archive · Duke University Libraries · Public Domain Mark 1.0. Free to use for anything.