Vorstelijcke warande der dieren : waer in de zeden-rijcke philosophie, poëtisch, morael, en historiael, vermakelijck en treffelijck wort voorgestelt : mit exempelen uyt de oude historien, in prose (1682)
Vondel, Joost van den, 1587-1679, Gheeraerts, Marcus, b. ca. 1520 · Amsterdam : Sander Wybrantsz, Jan Blom, Andries Vinck, en Aert Dircksz. Oossaen · leaf 189
door doudheyd had vergeten:Maer evenwel bedacht een raed volargn en lift,Zij voeghde haer bij het meel, en Ichool haer inde kift.De dieren die bij nacht nae haer gewoonte quamen,Zij deen nae dander heeft verflonden al te zamen.„ De mager armoe verr de zatte weeld verkloeckt,„ En inden bittren nood… … Txrergelijcke onbillijkheyd heeft bejegent dè dienaren Mank Ucatonis. Want alfo lang zij jong, gefondt, frifch ende fterck waren, ende alle dienfl hem doen konden, foo hadden zij goedt onderhoudt: maer doe zij out wierden ende onvermogende, gaf hen Cato noch te eten noch te breken^ ja jaegdfe ten…
Emblem books, Dutch · Emblems
Internet Archive · Duke University Libraries · Public Domain Mark 1.0. Free to use for anything.