Het Overvloeijend Herte : of Nagelatene Verzen (1767)
Luiken, Jan, 1649-1712, Noorde, Cornelis van, 1731-1795 · Te Haarlem gedrukt : by C. H. Bohn · leaf 47
yt, en nochkoud, noch heet, ik zal u tut mynen mondfpouwen. JVant gy zegt, ik hen ryk en verrykt ge-vjorden, en heb geens dings gebrek: en gyweet niet, dat gy zyt elendig, en jammerlyk,en arm, en blind, en naakt. Ik raad u dat gy van my koopt Goud be-proefd komende uit het Vuur, op dat gy rykmoogt… … Hoe zoef zytf uwe reedenen myn geheenielugeweefï: meer dan honicb mynen monde, PCCXIX. V. 103, H E R r E. »7 Op Figuur VII.\^J elyk hec Bytje uit zyn wooning.Ter hoove gaat om t Honich zoet.Zoo gaan de zinnen van *t gemoed. Ter hoove van den grooten Koning:Dat fchoone Hemels Paradys,Om c Vocdzel…