Het Overvloeijend Herte : of Nagelatene Verzen (1767)
Luiken, Jan, 1649-1712, Noorde, Cornelis van, 1731-1795 · Te Haarlem gedrukt : by C. H. Bohn · leaf 83
Gen: I. vers 25 en 26. n God maakte het wild gedierte der aar^de, na zynen aart, en het zee na zynen aart^en al het kruipende gedierte des aardbodemsfia zynen aart, en God zag dat het goed v:as.En God zeiden laat ons men [en maaken^fia onzen heelde^ na onze gelykenijje^ en datzy heerfchappye hebben… … Ik hen de goede Herder. Joan; X. v. ii. op H E R T E. 63 Op Figuur XVII. _L/e Herder die zyn fchaapjes weid,In grazige en bekruide weiden. En aan de waterbeeken leid.Op datze vreedig needer leiden; Wyft op den liefFelyken ftandVan t vreedzaam Paradyfe leeven; Daar \ fchaapje onder Chriflus…