Het overvloeijend herte, of nagelatene verzen (1767)
Luiken, Jan, 1649-1712, Noorde, Cornelis van, 1731-1795, Bohn, Christoph Henrich, fl. 1755-1785 · Te Haarlem gedrukt : By C.H. Bohn, boekverkooper · leaf 179
ezus haarhefcheiden hadde. En als zy Hem zagen baden zy Hem aan^dog zommigen twyfelden. En Jezus by haar komende^ [prak tothaar^ zeggende^ my is gegeevcn^ alle magtin Heemel en op Aarde. Gaat dan heenen^ onderüoyft alle de volke^ren., dezelve doopende in den naame desVaders., en des Zoons^ en des… … Ik vaare op tot mynen Vader ^ en uwedVader^ en [tot] nf^nm God^ en wwen God»joan: XX, v. 17. Op H E R T E. Op Figuur LIL XJlI voerd gy uit het zigcbaar oog,In fchyn van groote verte; Nog zoeken wy u niet om hoog,Maar in den grond des herten. ^S9 E Hand: I. vers 9- ii. n als Hy dit gezegd hadde^…
Mysticism · Emblems
Internet Archive · Getty Research Institute · Public Domain Mark 1.0. Free to use for anything.